Interview schrijver: Gerard Espunt

Schrijver Gerard EspuntSchrijver van Zwerg. Een jeugboek waarin de inwoners van Guurlo de Week van de Maandagen vieren. Maar er klopt iets niet. De hoofdpersonages zijn vastbesloten om daarachter te komen.

Wat doe je naast het schrijven van boeken?
Ik ben sinds een paar jaar met pensioen. Ik heb tot mijn pensioen in verschillende functies bij TNO gewerkt, een grote onderzoeksorganisatie.

Op dit moment ben ik actief in enkele vrijwilligersorganisaties. Daarnaast zit ik in een werkgroep die zich met de historie van TNO bezighoudt.

Verder ben ik hoofdredacteur van het blad voor de reünistenvereniging van mijn oude studentenvereniging (Veritas, Utrecht). Ik ben van origine fysicus. Ik lees veel en besteed veel tijd op internet. Ik werk gestaag aan mijn website Espunt.nl. Verder zit ik op Twitter, Facebook en LinkedIn

Naast het schrijven van fictie, waaronder jeugdboeken, schrijf ik ook in opdracht non-fictie op technisch-wetenschappelijk gebied. Ik heb een eenmansbedrijfje, MEEM’64. En uiteraard doe ik gezellige dingen met mijn vrouw en mijn kinderen. Als ik tijd over heb probeer ik het lijf nog een beetje fit te houden.

SCHRIJFDROOM

Wilde je altijd al schrijver worden?
Ik heb me altijd aangetrokken gevoeld tot het schrijven. Dat begon al jong. Opstellen maken vond ik een feest. Of dat voor de leerkrachten ook gold, is niet zeker. Mijn schrijfsels waren nogal lang en behandelden thema’s die meestal ver boven mijn macht lagen. Wat later, middelbare school,  kwamen daar de zeer experimentele gedichten bij voor meisjes waar ik verliefd op was, en die daar vaak helemaal niet op zaten te wachten.

Het idee om zelf boeken te schrijven groeide in de periode dat ik bij TNO op de centrale communicatieafdeling werkte. Daar kreeg ik de opdracht maar vooral ook de kans om mijn eerste volwaardige boeken te produceren. Toen heb ik ook gemerkt hoe het voelt als je je geesteskind voor het eerst mag vasthouden. Laat ik maar zeggen dat dat een groot gevoel van geluk opwekt, ook al omdat het vaak een uitputtingsslag is om een boek af te ronden.

Wie zijn jouw 3 favoriete schrijvers?
Laat ik vooropstellen dat dit een tamelijk onmogelijke vraag is. Ik lees veel, maar vooral non-fictie. De moderne jeugdliteratuur ken ik nauwelijks. De boeken die ik zelf las tussen mijn vijfde en vijftiende werden zestig jaar of langer geleden geschreven.

Sommige klassiekers worden nog steeds herdrukt en dat is knap. Ik denk aan De Kameleonserie, de series van Enid Blyton (zoals De Vijf), het werk van Annie M.G. Schmidt. Ik heb het allemaal ook aan mijn eigen kinderen voorgelezen, net als al die mooie boekjes van W.G. van der Hulst, de Pinkeltjesboeken (Dick Laan), Jean Dulieu met zijn Paulus de Boskabouter,etc., etc.

Maar bijvoorbeeld ook de boeken van Dr. Seuss. Er was zoveel moois en er komt voortdurend meer moois bij. Hieronder de schrijvers (niet uitsluitend jeugdliteratuur) die mij als schrijver bijzonder hebben geïnspireerd waarbij ik aanteken dat er veel andere schrijvers hadden kunnen staan:

  1. Schrijver: Daniel Defoe (Robinson Crusoë)
  2. Schrijver: Frank McCourt
  3. Schrijver: Godfried Bomans

Defoe omdat hij een verhaal heeft geschreven dat vanaf het eerste moment een diepe indruk op mij heeft gemaakt. Overleven op een onbemand eiland, een fantastisch thema, dat door hem zeer geloofwaardig is beschreven. Eenzaamheid, angst, ziekte en gebrek, en dan de mens die overleeft door zijn moed en intelligentie.

McCourt bewonder ik vooral om zijn onnavolgbare stijl, de kracht waarmee hij het dagelijkse leven schildert, en de terloopse maar tegelijk geniale humor die de ellende kleur geeft en het verhaal verteerbaar houdt.

Godfried Bomans is de held uit mijn late tienertijd en studententijd. Op studentikoze manier de overdrijving gebruiken om de mens in al zijn opgeblazen eigendunk op zijn plaats te zetten. Platte kolder, verfijnde sprookjes en een onuitroeibare bewondering voor een van de allergrootste romanschrijvers: Charles Dickens. Bomans is altijd een beetje genegeerd door de literaire elite van zijn tijd, maar zijn gevoel voor humor en zijn gevoel voor stijl zijn voor mijn vorming als schrijver belangrijk geweest (en ongetwijfeld nog steeds, maar dat merk ik zelf niet meer).

Hoe heeft schrijven jouw leven veranderd?
Schrijven is langzamerhand voor mij zo belangrijk dat het mijn hele leven beheerst. Maar niet heel dwingend. Ik zit regelmatig in een klein hokje achter het scherm te ploeteren, maar dat is het niet wat ik bedoel. Het grootste deel van mijn tijd besteed ik aan andere dingen dan schrijven.

In een permanente schrijf-mode verkeren, zoals bij mij het geval is, betekent dat ik voortdurend attent ben op ervaringen die ik bij mijn schrijven kan gebruiken. Ik kijk anders naar mensen, dingen, gebeurtenissen, beelden, zinnen. In al mijn zintuigen zit een klein vakje dat gevuld wordt met potentieel schrijfsel.

Mijn lifestyle is er nauwelijks door veranderd. Uiteraard vind ik het leuk als mensen me gemeend complimenteren. Maar dat is niet uniek voor het schrijverschap lijkt me. Laat ik het zo zeggen, ik gedraag me niet anders dan tien jaar geleden, en ik heb ook geen enkele neiging om mijn uiterlijk een meer literaire uitstraling te geven.

Het enige dat wel echt is veranderd sinds mijn boeken te koop zijn, is dat ik wat ongeneerder promotie bedrijf voor mezelf en mijn schrijfsels (bijvoorbeeld door veel aandacht aan mijn website Espunt.nl te besteden en regelmatig op Twitter en Facebook van me te laten horen). Maar dat is meer door de nood geboren dan dat ik er een enorm kick van krijg.

O ja, we hebben een aantal jaren geleden een houten hutje in een groot bos aangeschaft. Ik moet zeggen dat het helpt. Het zal wel een vorm van escapisme zijn, maar zo gauw ik in mijn hokje zit, is ontsnappen onmogelijk geworden. En zonder een beetje, al dan niet zelf opgelegde dwang, blijven we toch vaak zwakke stervelingen die heel veel argumenten kunnen verzinnen om het schrijven nog even uit te stellen.

SCHRIJFPROCES

Wat is volgens jou de kunst van het schrijven?

  • Je gedachten zo verwoorden dat een ander in staat is je te volgen (taalvaardigheid, logica, consistentie).
  • Je gedachten zo verwoorden dat een ander bereid is je te volgen, zijn kostbare tijd aan jouw tekst besteden (stijl, compositie, humor, spanning, emotie, beeldend vermogen, zelfbeheersing)
  • Uiteraard helpt het als je interessante gedachten hebt. Maar de echte schrijver is ook in staat om het alledaagse boeiend te maken. De, of een, kunst van het schrijven is het kleine groot te maken en het grote klein.
  • Nieuwe werelden, nieuwe werkelijkheden scheppen, en spelen met je ervaringen zoals een componist speelt met noten, motieven en instrumenten.

Hoe heb jij het schrijversvak geleerd?
Ik heb leren schrijven door het heel veel zelf te doen en door goed te kijken bij en te luisteren naar anderen. Er is tegenwoordig natuurlijk ook heel veel nuttige en leerzame informatie via internet verkrijgbaar, zoals op Boekschrijven.nl. Ik ben zelf redelijk gevoelig voor stijl.

Zoals geldt voor alle vaardigheden: als je ergens goed in wil worden moet je een beetje talent en veel motivatie hebben en moet je bereid zijn heel veel te oefenen. Goed biljarten, pianospelen, schrijven? 10.000 vlieguren! Ik gebruik vaak schrijfwedstrijden om te ‘oefenen’.

Hoe onderscheid jij je van andere schrijvers?
Ik heb in de loop van de tijd, volgens anderen, een redelijk herkenbare stijl ontwikkeld.

Kenmerken: makkelijk leesbaar, snelle dialogen, tamelijk zakelijk (niet heel beeldend en weinig metaforen, niet te veel bijvoeglijke naamwoorden), niet te ingewikkelde zinconstructies. Ik hou van een goed gedoseerde hoeveelheid humor en ik denk dat mijn bèta-achtergrond ook wel herkenbaar is. Als oudere schrijver probeer ik wel modern taalgebruik te hanteren maar ik probeer niet geforceerd straattaal of zo te gebruiken.

Schrijf jij literatuur of lectuur? En is er volgens jou een verschil?
Ik schrijf om mijn (nu nog vaak jonge) lezers een genoeglijke en soms ook leerzame ervaring te bezorgen. Daarbij richt ik me op avonturenverhalen met een fantastisch element. Ik noem het fantastic reality. De dingen die in mijn verhalen gebeuren zijn wel bijzonder, zeg maar gerust heel bijzonder, maar ze spelen zich wel af in onze wereld en niet in een fantasiewereld waar magie met alle wetten spot. Ik vind dit al moeilijk genoeg en ik houd me daarom maar niet bezig met de vraag wat literatuur is en wat niet.

Schrijf jij met de lezer (doelgroep) in je achterhoofd?
Ik schrijf wel degelijk met een doelgroep voor ogen. Belangrijk daarbij is de leeftijdscategorie. Zowel in inhoud als vorm moet je met je lezers rekening houden als je voor jongeren schrijft. Dat geldt voor de compositie (bij voorkeur een verhaal dat lineair van A naar B gaat), voor de leesbaarheid (korte zinnen, actief) en de inhoud.

Soms leg ik iets uit, maar ik weet dat je daar voorzichtig mee moet zijn. De tekst moet vaart houden. Ik moet toegeven dat ik niet altijd precies weet of de tekst voor 8-, 10-, of 12-jarigen geschikt is. Dat laat ik graag aan de uitgever over. En als dan blijkt dat ook volwassenen er plezier aan beleven, des te beter. Want een goed kinderboek/jeugdboek heeft geen bovengrens aan de leeftijd. Ook iemand van tachtig is ooit acht geweest. Als het boek goed is, is het voor een brede doelgroep interessant.

Hoe kies je het genre waarin je schrijft?
Ik zit nu in de fase van de jeugdboeken. Ik heb bewust gekozen voor avonturenverhalen. Ik heb niet zo veel met jeugdliteratuur die zwaar leunt op sociaal-psychologische problematiek. Mijn hoofdfiguren moeten bijzondere dingen meemaken en als helden uit de strijd komen. En ze worden geconfronteerd met zaken die, laat ik zeggen, nogal ongewoon zijn. Ik noem het fantastic reality.

Hoe kom jij aan ideeën voor je boeken?
Uit de krant, uit andere boeken, van internet, van horen zeggen. Ik snuffel door oude volksverhalen, ik lees mythologische verhalen, ik lees en kijk naar magisch realisme. Ik lees Freud en Jung. Ik lees verhandelingen en anekdoten op het gebied van de parapsychologie en bijzondere ervaringen (Fortean Times).

Maar de beste ideeën komen meestal zonder dat ik ernaar opzoek ben. In contact met mensen of wandelend over de hei. Het is vaak een vorm van serendipiteit. Maar dat werkt alleen als je mentale ontvanger aan staat. Het toeval begunstigt alleen ‘the prepared mind’.

Hoe bewaar en verwerk je deze ideeën?
In opschrijfboekjes en mappen. Veel knipsels die ik tegenwoordig bij voorkeur digitaliseer en op mijn laptop opsla. Dan heb ik ze altijd bij me! Maar de hoeveelheid nog te digitaliseren artikelen en knipsels is wel ontmoedigend groot. Daar komt bij dat deze basisinfo achteraf vaak minder wezenlijk is dan je aanvankelijk meende. Veel verhalen nemen al snel het initiatief en kiezen hun eigen richting.

Mag je clichés gebruiken?  Kan je 3 voorbeelden geven van clichés?
Clichés, mits met overleg gebruikt, kunnen nuttige stijlelementen zijn. Ze kunnen een figuur of situatie snel neerzetten op een wijze die de lezer herkent.  Cliché-matige figuren (uiterlijk, gedrag, karakter) kunnen het tableau de la troupe verlevendigen. Karakters in een verhaal moeten niet te complex worden. Ze moeten vooral herkenbaar zijn (en blijven in de loop van het verhaal). Het aardige van clichés is natuurlijk dat ze in grote mate waar zijn. Maar nogmaals, dit hulpmiddel moet met beleid worden ingezet.

  1. Cliché: de romantische held die met gevaar voor eigen leven redding brengt (zijn geliefde bevrijdt, de boef zijn verdiende loon bezorgt, de mensheid van de ondergang redt);
  2. Cliché: de door ambitie of lust verblinde die zijn ziel aan de duivel verkoopt om zijn aardse doelen te bereiken;
  3. Cliché: de amorele psychopaat die niet geplaagd wordt door een geweten en niet gehinderd door enig empathisch vermogen zijn wrede en perverse gang gaat.

Is de eerste zin van een nieuw te schrijven boek belangrijk?
De eerste zin is belangrijk. Waarschijnlijk vooral omdat er in de loop van de tijd zoveel over gesproken en geschreven is. Dit heeft een iteratief proces op gang gebracht waarin ook schrijvers steeds meer zijn gaan worstelen met een eerste zin die zo krachtig is dat de rest van het boek er, bij wijze van spreken, alleen nog maar afbreuk aan kan doen.

Dat gezegd hebbend denk ik dat een sterke eerste zin wel degelijk belangrijk is. Het is de uitnodiging aan de lezer, de poort tot een ander universum, het visitekaartje. Er zijn ook schrijvers die beginnen met de laatste zin. Ook interessant, maar gelukkig wordt daarover mijn mening niet gevraagd.

Kan je eens uitleggen wat volgens jou ‘show, don’t tell’ betekent?
De grote kracht van boeken (en hoorspelen) is dat de tekst nog alle ruimte openlaat voor de eigen fantasie (in mijn ogen om allerlei redenen extreem belangrijk, zeker ook voor kinderen). De fantasie kun je op allerlei manieren prikkelen, maar in een boek gaat het vooral om de prikkelkracht van beschrijvingen waarmee op indirecte wijze de locaties in het brein worden geactiveerd waar de informatie van de zintuigen arriveert.

De kunst is dus om met woorden het geurcentrum, het muziekcentrum, het pijncentrum, etc. te activeren. Dat doe je niet met betogen maar met listigheden. Zeg maar woord-illusionisme. Hoe krijg je de lezer zover dat hij de geur van spruitjes herkent? Door hem mee te nemen naar een spruitjesluchtomgeving. Buitengewoon moeilijk. Het ligt voor de hand dat de hoofdpersoon denkt, of opmerkt: het ruikt hier naar spruitjes.

Maar nu de lezer. Die moet een beeld krijgen van het milieu waarin spruitjes op het menu staan zodat er herinneringen worden geactiveerd aan een jeugd waarin hij op zondag bij zijn grootmoeder die oneetbare groene walgballen opgeschept kreeg. Dat moet medeleven met de hoofdpersoon opleveren. Die wordt dan zonder probleem in het keurig opgeruimde jarenvijftigkamertje van oma geplaatst. Wie dit beheerst is in mijn ogen een groot schrijver.

Moet een verhaal  een plot hebben?
Jeugdverhalen moeten volgens mij een plot hebben. Om de lezer mee te krijgen moet er iets op het spel staan, een probleem worden opgelost,. Er moet een sterke behoefte zijn om te weten hoe ‘het afloopt’. Anders zullen de meeste jeugdige lezers vroeg of laat afhaken.

Wat is een spanningsboog en hoe verwerk je die in je verhaal?
In een verhaal met een plot is er een grote spanningsboog. Daarbinnen kunnen kleinere spanningsbogen aanwezig zijn. Die kleinere bogen eindigen vaak in een passage waarin de lezer even op adem kan komen. Een humoristische scène is dan heel bruikbaar.

In mijn laatste boek Zwerg begint de grote boog met het bericht dat Loesje, de zangeres van popgroep Nomen, de band gaat verlaten omdat ze bij haar vader gaat wonen. Ver weg. Deze boog hangt aan de persoon en belevenissen van Loesje. Onder deze boog lopen een paar andere bogen, waarvan de belevenissen in de Zwergenwereld de belangrijkste is.

Vaak vallen de kleinere spanningsbogen samen met een of een paar hoofdstukken. Aan het eind van een hoofdstuk wordt vaak een volgende spanningsboog gestart (cliffhanger).

Hoe weet je of je teveel of te weinig meldt?
Het doseren van informatie over de afloop en de plot is inderdaad een precaire aangelegenheid. Bij een goeie plot moet er nog een flink verrassingselement in de afloop van het verhaal zitten. Thrillers zijn er zelfs op uit om je op het verkeerde been te zetten.

Maar dat is zeker niet de enige optie. Het kan ook al heel bevredigend zijn als van lieverlee de vragen die aanvankelijk bestaan, worden beantwoord of de grote opgave, na de nodige mislukkingen en tegenvallers, alsnog wordt volbracht. Daarbij dienen logica en consistentie goed in het oog te worden gehouden. Meestal geeft het verhaal zelf wel aan welke inzichten de lezer verwerft. Daarbij hoeven de inzichten van de lezer en de hoofdpersonen overigens niet altijd parallel te lopen.

Kan je 3 redenen geven waarom ritme belangrijk is voor een verhaal?

  1. Ritme is een manier om het tempo van een verhaalontwikkeling te sturen
  2. Ritme bouwt een verwachtingspatroon op bij de lezer dat hem helpt bij het lezen
  3. Ritme is belangrijk omdat het hele bestaan is opgebouwd uit ritmes. Ritme sluit dan ook aan bij onze natuurlijke conditie.

Moeten de historische feiten kloppen in een verhaal?
Historische feiten moeten kloppen voor zover dat voor de lezer en het verhaal relevant is. Evidente afwijkingen die voortkomen uit onzorgvuldigheid zijn zeer storend. Er zijn fantasie-histories denkbaar waarin wel meer vrijheid is. In het oude Atlantis zouden UFO’s ontwikkeld kunnen zijn. Criterium: kan de lezer verleid worden mee te gaan in dergelijke fantasieën.

Hoe bepaal je of je in de verleden of huidige tijd schrijft?
Voor mij een kwestie van smaak. Zwerg heb ik uiteindelijk helemaal in de tegenwoordige tijd geschreven. Het verhoogt de betrokkenheid van de lezer bij het verhaal. Hij volgt het als het ware op de voet. Soms hangt het af van het vertellersperspectief. Dan kunnen de tijden elkaar afwisselen.

Is humor noodzakelijk?
Voor mij is humor absoluut belangrijk. Waarschijnlijk omdat het mijn aard en levenshouding weerspiegelt. Het bestaan zonder humor is voor mij moeilijk inleefbaar.

Meestal is het verstandig om de hoofdpersoon niet al te humoristisch op te voeren. De humor kan beter aan bijfiguren worden gekoppeld of aan tussenscènes die even de druk van de ketel halen. Humor kan irritant worden als de grappenmakerij er te dik bovenop ligt. Ook hier verraadt de meester zich in de beperking die hij zichzelf oplegt.

Is erotiek noodzakelijk?
Ik heb tot nu toe seks en erotiek een beetje op afstand gehouden. De aantrekkingskracht tussen jongens en meiden negeer ik niet, maar het speelt meer op de achtergrond. Expliciete vrijpartijen zijn tot nu toe niet aan de orde geweest. Ik denk ook dat een oude schrijver die binnenkort opa wordt, daar voorzichtig mee moet zijn.

Schrijven over erotiek en seks is een vak apart. De meeste schrijvers komen niet verder dan de eerdergenoemde  clichés. Verder zijn mijn avonturenverhalen minder afhankelijk van erotische passages. Voor klassieke romans of ‘coming-of-age-literatuur ligt dat anders. Maar ook dan kan suggestie en verleiding vaak beter werken dan platte vertaling van beelden die we langs andere weg in overvloed langs zien komen. Dus ook hier, juist hier, geldt het show-don’t-tell advies.

Kan je een voorbeeld geven van een beschrijving van een geluid of geur?
Onderstaande passage komt uit een boek waar ik op dit moment aan werk. De hoofdpersoon heeft zojuist zijn vader begraven (tijd: 1963, plaats: ergens op de Veluwe) en er is nu gelegenheid tot condoleren:

Eigenlijk wil hij maar één ding: zo snel mogelijk weg uit deze benauwde ruimte. Weg uit de verstikkende, blauwe sigarenwalm die snel terrein wint op de geurresten van te droge cake, te oude lelies en te uitbundig verspreid reukwater.

Hoe verzin je een personage – hoe kies je een naam voor dit personage?
De hoofdrolspelers in mijn boeken hebben in de verte wel iets te maken met mijn zoon. Maar dan wel heel in de verte. Dat geldt ook voor de naamkeuze (heel in de verte).

De naam moet natuurlijk niet te ver afwijken van wat binnen de doelgroep acceptabel is. De keuze van een naam luistert redelijk nauw. Sommige namen zijn echt uit de tijd geraakt (Mien, Truus, Hennie, etc.), andere hebben om wat voor reden dan ook een specifieke bijklank gekregen. Daar moet je rekening mee houden.

Wat drijft een personage en hoe belangrijk is dit voor het verhaal?
Mijn hoofdpersonen doen wat ik zelf in mijn jeugd graag had gedaan: als het toeval je in een situatie brengt die een zekere onverschrokkenheid vraagt, dan doe je wat gedaan moet worden.

Dat de heldendaden gevoed worden door de aanwezigheid van een aanbeden persoon van het andere geslacht, is uiteraard geen toeval. Het gaat eigenlijk om ridderlijke idealen die ook in deze tijd naar mijn idee nog altijd aanspreken. Verder overwint in mijn boeken het goede, wat niet wil zeggen dat het slechte definitief wordt verslagen.

Moet je altijd het uiterlijk van een personage beschrijven?
Ja, een zekere beschrijving van het uiterlijk lijkt mij verstandig. Het uiterlijk is voor iedereen belangrijk. Voor een personage en voor de lezer die toch een band met hem zal moeten gaan opbouwen. In mijn boeken heb ik geen moeite gedaan om allerlei psychologische beschouwingen aan een uiterlijk te koppelen.

Ik geloof niet dat mijn jeugdige lezers daar echt op zitten te wachten. Een globale schets volstaat. Maar die moet wel voldoende zijn om de verschillende personages herkenbaar en onderscheidbaar te maken.

Hoe geef je ieder personage een eigen stem?
Door ze een eigen karakter, achtergrond en eigen interessegebieden te geven. Duncan, een van de hoofdpersonen in Zwerg, komt uit Zimbabwe. Hij paart een vrolijke aard aan een duidelijke afkeer van zaken die naar magie rieken. Een cliché! Maar in mijn geval heel bruikbaar. De basis voor een eigen stem.

Kan je 3 tips geven om dialogen levensechter te laten klinken?

  1. Schrijftip: Als je ze opgeschreven hebt, hardop lezen, dan hoor je al snel waar de zaak wringt.
  2. Schrijftip: Maak het niet te levensecht, want dat levert een hoop verknipte tekst op die al snel gaat irriteren. Ook hier geldt dat je als het ware de suggestie van een levensechte dialoog moet proberen te geven. Met een microfoon in een kroeg rondlopen levert volgens mij geen interessante resultaten op.
  3. Schrijftip: Zorg dat de lezer steeds weet wie er aan het woord is.

Hoe ga je om met schrijven, schrappen en herschrijven?
Bij mij loopt dat door elkaar. Ik moet mezelf echt dwingen om niet te blijven hangen in het herschrijven van eerdere tekst. Ik zie voortdurend verbetermogelijkheden, maar dit stoort het schrijven. Het schrappen doe ik wel achteraf.

Gebruik jij tijdens het schrijven de juiste interpuncties?
Zoveel mogelijk. Ik let er in ieder geval wel op. Maar ik vind het lastige materie.

Welke boek over schrijven moet een beginnende schrijver zeker lezen?
Min of meer bij toeval ken ik er drie:

Bestseller van Paul Sebes en Het Geheim van de Schrijver van Renate Dorrestein.

Beide bevatten veel nuttige tips en inzichten.

Heel anders is Danse Macabre, waarin Stephen King ons een blikje gunt in zijn horrorkeuken. Waarom vinden we dingen spannend of eng en hoe kun je daar als schrijver gebruik van maken?  Ik weet dat er veel meer zijn. Ik kan dus geen goed advies geven.

Verder is het de kunst je niet te laten overdonderen door al die lieden die het allemaal zo goed weten (en dat soms ook nog kunnen bewijzen door imposante oplages). ‘Onderzoekt alles, en behoudt het goede.’ Maar kijk uit dat je niet zozeer wordt afgeleid door deze boeiende leermeesters dat je zelf geen letter meer op papier krijgt.

MINDSET

Hoe breng jij jezelf in de juiste stemming om te gaan schrijven?
Ik ga achter het beeldscherm zitten en begin. Vaak komt er wel wat binnendruppelen, soms niet. Als het menens wordt, kan ik een verhuizing naar mijn schrijfhutje als extra prikkel inzetten.

Soms neem ik een lege pijp in de mond en bedenk hoe plezierig het schrijven was toen ik nog rookte. Ik vrees de dag dat ik, in uiterste nood, toch weer een pakje pijptabak mee naar huis neem. Tot nu toe was het niet nodig. Was ik sterk.

Zijn inspiratie en creativiteit iets waarop je wacht of afdwingt?
Hoe creativiteit en inspiratie precies werken, weet ik niet. Voor mij is voldoende dat ze mij zelden helemaal in de steek laten.

Beginnen is soms lastig, maar als dat eenmaal is gelukt, gaat het brein zijn eigen wonderbaarlijke weg, vol associaties, redeneringen, herinneringen, en komt er een tekst op het scherm. Vaak een ander verhaal dan ik eerder beoogde.

Voorwaarde: je moet potlood en papier bij de hand hebben of achter een werkend toetsenbord gaan zitten. Want de woorden en zinnen die zichtbaar worden, zal je nooit onthouden. Als je ze niet direct opschrijft, zijn ze weg. Voorgoed. En of ze bruikbaar, goed of briljant zijn, zie je later wel.

Wat doe jij als je vastloopt, als je te maken krijgt met het schrijversblok?
Je kunt vastlopen omdat een onderdeel van het verhaal niet klopt. Zoals bij een Sudoku waarin je de verkeerde weg hebt gekozen. Dan moet je terug en een nieuwe weg inslaan.

Dat kan heel vervelend zijn. Maar het hoort erbij. Vaak lig ik dan ’s nachts, voor het inslapen, te piekeren. Op een plezierige wijze. Ik ben gek op dat soort gepieker. Eigenlijk is het meer een poging om het onderbewuste aan het werk te zetten. Tot nu toe diende zich vroeg of laat altijd een oplossing aan. Wat in ieder geval voor mij ook heel goed werkt is een deadline. Vlak voor een d.l. word ik buitengewoon productief. Ik ben dan ook gek op deadlines!

Een writer’s block is volgens mij wat anders. Dan stopt het creatieve proces. Dan heb je echt een probleem. Als je niet uitkijkt raak je dan aan de drank, aan de drugs, aan de pijp of val je in handen van de duivel (waar je je ziel aan hebt verkocht).

Ik ken het fenomeen een beetje uit de periode kort nadat ik gestopt was met roken. Omdat ik mijn geld verdiende met het schrijven van non-fictie, waar vaak wat minder creativiteit voor nodig was, bleef ik schrijven en ben ik deze kritische periode goed doorgekomen. Hoewel, ik weet natuurlijk niet hoe productief en geestrijk ik geschreven zou hebben als ik was blijven roken.

Welke angsten heb jij moeten overwinnen?
Omdat ik al vrij jong positieve feedback kreeg op mijn schrijfsels, heb ik geen angsten als het gaat om de kwaliteit van mijn producten. Een ander soort angst, of liever remming, ken ik wel.

De grote aarzeling om me als mens tot in het diepst van mijn gedachten bloot te geven. Pas als ik die heb overwonnen, zal ik ‘een echte schrijver’ kunnen worden. Maar misschien wil ik dat wel niet.

Welke fouten heb jij gemaakt?
Ik ben te laat begonnen met fictie schrijven. Van die fout valt weinig meer te leren. Verder heb ik moeten leren om ‘mijn darlings genadeloos te killen’. Weg met al die geniale vondsten waar je zo trots op bent. Even slikken maar dan toch toegeven dat je tekst er beter van wordt.

Maak je afspraken met familie en vrienden als je schrijft, zodat je niet gestoord kan worden?
Mijn vrouw is in alle opzichten begripvol en ondersteunend, mits ik zo nu en dan ook eens wat papier het huis uit werk. De kinderen zijn al het huis uit, op eigen initiatief, dus daar hoef ik in het algemeen geen rekening meer mee te houden.

Hoe ga jij om met kritiek van bekenden (familie) en onbekenden (recensies)?
Kritiek is altijd onaangenaam en soms pijnlijk. Ik probeer er wel serieus mee om te gaan. Er zijn critici waarvan ik het oordeel belangrijk acht. Met hun analyse probeer ik mijn voordeel te doen.

Kritiek van bekenden is in zoverre makkelijker omdat je de criticus kent. Je weet uit welke hoek de wind waait. Je weet ook dat die kritiek gefilterd is door persoonlijke relaties,  zodat je het oordeel soms ook wat moet relativeren.

Is geld verdienen een belangrijke motivatie om te schrijven?
Geld is voor mij geen enkele motivatie. Ik schrijf voor mijn plezier. Mijn dochters zien dat anders. Die zien het allemaal vanuit een Harry Potter perspectief met miljoenenomzetten in het verschiet. Overigens vind ik een grote oplage wel belangrijk. Dat dus wel.

Ben je ooit afgewezen door een uitgeverij?
Ja, ik ken de ervaring van het afwijzen. Heel vervelend, ook al omdat het allemaal zo veel tijd kost. Je gaat je dan wat verdiepen in het uitgeefproces en je leert dat het in deze tijd extreem moeilijk is om bij een goeie uitgever binnen te komen. Toenemende moedeloosheid en overgave liggen dan voor de hand. Dan wordt je zelfvertrouwen behoorlijk op de proef gesteld. Maar ik heb zelf nooit getwijfeld aan mijn kwaliteiten.

5 GOUDEN SCHRIJFTIPS

Welke 5 gouden schrijftips zou je beginnende schrijvers willen meegeven?

  1. Schrijftip: Luister naar ervaren mensen, evt. via schrijfcursussen.
  2. Schrijftip: Lees goede boeken/schrijvers en vaar niet blind op bestsellers.
  3. Schrijftip: Schrijf zoveel je kunt en probeer verschillende genres om je favoriete domein te ontdekken
  4. Schrijftip: Probeer een eigen schrijfdiscipline te ontwikkelen (bv. ieder avond drie uur)
  5. Schrijftip: Probeer inzicht te krijgen in de promotie en marketing kanten van het boekenvak. Want een goed boek schrijven is een opgave, een boek goed verkopen is misschien nog wel moeilijker.

Bestel Zwerg door Gerard Espunt

The following two tabs change content below.

Sanne Visch

Wij geloven dat iedereen een verhaal heeft, net als jij. En dat ook jouw verhaal het waard is om op te schrijven. Bij Boekschrijven.nl helpen we je met alle liefde bij het verwezenlijken van jouw schrijfdroom.