Perspectief in een boek, drie valkuilen

‘Terugkijkend kan ik zeggen dat mijn leven ervoor – voor de avond dat ik mijn vader zag sterven – een eeuw duurde en dat de jaren erna in een vingerknip voorbij waren. Die avond. Bloed stroomde uit zijn neus, zijn mond, zijn oren, kleurde de avond rood – de kinderen gilden – kleurde alles paniekrood.’

1) Perspectief van de arend en de vlieg

In de alinea hierboven zie je vlak na elkaar twee verschillende perspectieven voorbij komen. Het ene is het perspectief van de arend, hoog in de lucht, die alles overziet. Het andere dat van de vlieg. Volledig in de scène. Hij zou zelfs over vaders bebloede gezicht kunnen lopen.

Afwisseling geeft dynamiek

Afwisseling tussen deze twee soorten perspectief kan je verhaal een prettige dynamiek geven.

Een lezer heeft geen zin om 300 pagina’s met zijn neus bovenop de handeling te zitten. Vermoeiend. Eentonig. Net zo min wil de lezer het verhaal in vogelvlucht verteld krijgen, zonder een enkel detail te zien.

De manier waarop je de perspectiefwisselingen doseert, moet je gaandeweg in de vingers krijgen. De lezer wordt tureluurs als de wisselingen per pagina bij bosjes over elkaar heen duikelen. Anderzijds is het ook niet de bedoeling dat je vijf hoofdstukken lang op de millimeter inzoomt, en vervolgens gedurende 80 pagina’s de gebeurtenissen alleen in grote lijnen beschrijft.

2) Pas op met verschillende vertellers

Een veelgebruikt schrijfmethode is, om hetzelfde verhaal door verschillende personages te laten vertellen. Doordat elk personage een eigen gezichtspunt heeft, ontstaan er meerdere lagen. Prachtig, maar kijk uit. Als je steeds heen en weer kaatst, kan het zijn dat de lezer niet met alle vertellers kan identificeren.

Stel, je bent een beginnende schrijver. Met vijf verschillende vertellers neem je dan wel een boel hooi op je vork. Het is al een hele toer om één verteller goed uit de verf te laten komen.

Laat de vorm duidelijkheid geven

Durf je het toch aan: zorg dan dat je duidelijk onderscheid maakt tussen de ene en de andere verteller. Een witregel is wel het minste om aan te geven dat er een nieuw personage aan het woord komt.

3) Perspectief: op welk punt in de tijdlijn staat de verteller?

Derde belangrijke punt: vanuit welk tijdstip wordt het verhaal verteld? Als alles al voorbij is, zodat het hele verhaal in de verleden tijd geschreven moet worden? Of brengt de verteller ons op de hoogte terwijl ze de verwikkelingen meemaakt?

Als je dat niet van tevoren overdenkt, kom je tijdens het schrijven voor onplezierige verrassingen te staan.

Gedoseerd informatie loslaten

Soms wil je bepaalde informatie gedoseerd vrijgeven. Dan kun je de handelingen in het ‘hier en nu’ laten plaatsvinden, afgewisseld met terugblikken. Of je doet het andersom: terugblikkend schrijven, maar op sommige momenten de scène in gaan en switchen naar de tegenwoordige tijd. Schakelmomenten creëren, noem ik dat.

Ik heb al mijn romans op die manier geschreven. Niet alleen vond ik het de tekst een bepaalde frisheid geven. Het gaf me ook het meeste schrijfplezier. Hat schakelen van het ene naar het andere verhaalelement maakte het afwisselend voor mezelf.

Plezier in schrijven behouden

Bewaak dus het schrijfplezier voor jezelf. Hoe doe jij dat? Deel het met de schrijfliefhebbers op boekschrijven.nl.

The following two tabs change content below.

David Mulder

Ik geef schrijfles sinds 1999. En natuurlijk zit ik zelf een groot deel van de dag te tikken. Ik maak allerlei soorten teksten, maar de meeste energie steek ik in mijn romans.