Beeldspraak in je boek - Boekschrijven.nl

‘Zijn haar was zo wit als sneeuw.’
Of origineler gezegd, ‘zo wit als paardenbloemenpluis.’
Een dergelijke vergelijking wordt beeldspraak genoemd. En beeldspraak speelt een belangrijke rol in poëzie. Maar zeker ook in proza.

Maar waarom zou je twee verschillende dingen met elkaar vergelijken? Wat is de werking ervan? En hoe gebruik je beeldspraak?

Beeldspraak en metafoor

Beeldspraak houdt altijd een vergelijking in;

Soms bevat het ‘zo … als …’,  zoals in het voorbeeld hierboven. Maar vaak zit de vergelijking verscholen. ‘Een dodelijke blik’ is niet echt dodelijk maar bevat wel de vergelijking met een dodelijk wapen. En ook in ‘een vlaag van verstandsverbijstering’ (wind) of ‘een boeiende persoonlijkheid’ (handboeien) zit de vergelijking met een ander ding of begrip. Allemaal bevatten ze een vergelijking en zijn in feite een vorm van beeldspraak.

Onderscheid

Er zijn twee verschillende manieren om naar het leven te kijken. In het leven van alledag draait het vooral om de verschillen tussen de dingen. Zo is het maar wat handig om het verschil tussen je eigen voordeur te kennen en die van je buurvrouw. Als je boodschappen doet, moet je kip van een vegaburger kunnen onderscheiden en op de parkeerplaats is het wel fijn als je je eigen auto herkent tussen al die andere.

Soms is het kunnen maken van onderscheid zelfs van levensbelang. Denk maar aan het verschil tussen de rijweg en de stoep, het verschil tussen rood en groen licht of een ringslang en een adder.

Overeenkomst

Maar er is nog een tweede manier om het leven waar te nemen en daarbij draait het vooral om de overeenkomsten tussen dingen die er op het eerste oog heel verschillend uit kunnen zien. Een poederdons en een kuiken verschillen nogal van elkaar maar je kunt ook zeggen; ‘een kuiken is als een poederdons’. Hetzelfde geldt voor een witte zakdoek en een sneeuwvlok, een bergrug en een cardiogram. Een roos en prikkeldraad.

En zo kun je er vast nog een heleboel bedenken.

Poëzie

Met deze tweede zienswijze verlaten we het leven van alledag en begeven we ons op het gebied van de poëzie. Je zou kunnen zeggen dat het dagelijks leven gebaat is bij het onderscheid kunnen maken. Maar in de literatuur gaat het net zo goed om de overeenkomst tussen de dingen.

Door twee dingen met elkaar te vergelijken kun je soms een extra sterk gevoel opwekken bij je lezer. Of het verband leggen met een achterliggende betekenis.

Verbinding

Deze taal die vooral uitgaat van de overeenkomsten wordt ook wel de tweede taal genoemd. Hij gaat niet over de letterlijke waarheid van alledag en moet dus niet letterlijk genomen worden, maar figuurlijk. Hij heeft een verbindende functie. Hij laat het rijm zien in de dingen. Hij beschrijft een waarheid die als het ware achter de feitelijke dingen verborgen zit.

Aanvullend

Voor een kleurrijk leven maar zeker ook voor een kleurrijke roman heb je beide nodig; de concrete feiten en de verbinding naar een andere werkelijkheid. Met een goede feitelijke beschrijving van wat er te zien, te horen, te voelen, te ruiken of te proeven is zorg je ervoor dat je lezer de wereld van je verhaal zelf mee kan ervaren. (Zie ook tonen niet noemen.)

Maar met beeldspraak ontstaat er een tweede laag in je beschrijving.

Tweede betekenislaag

‘Zijn haar was zo wit als sneeuw’ is wel een mooi beeld want het roept de winter op, het laatste ‘seizoen’ van het leven. (Ook al beeldspraak.) Maar het is een nogal versleten uitdrukking.

‘Zo wit als paardenbloemenpluis’ is al beter want het komt minder voor. (Het bevat het donzige van iets dat elk moment kan vervliegen.)

Mooi is ook ‘zijn haar was zo wit als porselein’, want porselein impliceert breekbaarheid en ook iets van zijn verleden waarin nog uit porselein gedronken werd. Daarmee zeg je niet alleen iets over de kleur van zijn haar of over zijn ouderdom. Je roept ook nog een andere wereld op. Andere betekenissen gaan als het ware meetrillen met de concrete beschrijving van je hoofdpersoon.

 

The following two tabs change content below.

Inez Risseeuw

Ik herinner me de eerste keer dat ik echt schreef. De juf had echte inkt in de potjes in onze tafels gegoten. Uit een grote half doorzichtige fles. Het rook een beetje naar zoete medicijnen.