Vragen die elke schrijver zichzelf moet stellen - Boekschrijven.nl

Op een bankje in een klein station ligt een damestas van nieuw, bruin leer met korte hengsels en een rits. Er is verder niemand op het perron. Als schrijver merk je onmiddellijk dat er allerlei vragen in je hoofd opkomen: Wie heeft die tas achtergelaten? Wat zit erin? Je opent de tas en vindt sleutels, een rolletje Mentos, een portemonnee met een kaart voor de fietsersbond. Een zelfgemaakt agendaatje met dagboek-aantekeningen. Nieuwe vragen borrelen in je op: Wie is dit? Hoe ziet ze eruit? Waar is ze op dit moment? Waar woont ze? Waarom liet ze haar tas liggen? Voor je het weet ben je op zoek naar het achterliggende verhaal.

Goede schrijvers zijn goede waarnemers. Hoe leer je (opnieuw) waarnemen? In module 2 van de schrijfcursus ontdek je hoe je heldere en spannende beschrijvingen maakt waardoor jouw lezer blijft doorlezen. Ga voor €9,95 direct aan de slag! Klik hier voor meer informatie>>

Topische vragen

Maar ook lezers worden door vragen aangezet. Ooit kocht ik ‘Smilla’s gevoel voor sneeuw’ van Peter Høeg. Puur omdat de titel me zo intrigeerde. Want elk woord riep onmiddellijk allerlei vragen bij me op: Waar gaat dit over? Wie is Smilla? Hoezo ‘gevoel voor sneeuw’? Wat moet ik me daarbij voorstellen? Waarom gevoel voor sneeuw? Hoe speelt dat een rol in dit verhaal? Waar speelt dit zich af? Komen er sneeuwstormen in voor? Zoektochten? Een vrouw? Gaat dit over intuïtie?

Deze vragen naar het wie, wat, waar, hoe en waarom, naar aanleiding van een titel, worden ook wel topische vragen genoemd. Het zijn de vragen waarop de lezer een antwoord hoopt te krijgen door het lezen van het boek. Ze zorgden ervoor dat ik het boek mee naar de kassa nam en mijn zuurverdiende geld neertelde.

Vragen aan de basis van elk boek

Wat voor lezers geldt, geldt blijkbaar ook voor schrijvers. Vragen zijn als een motor. Ze brengen lezers en schrijvers in beweging. Ze zetten je in beweging en trekken je als het ware naar een antwoord toe. Zo schreef iemand eens: ‘Op de vraag naar het nut van het leven, antwoordt de romanschrijver met een verhaal.’ Vragen staan aan de basis van elke zoektocht en van de hele literatuur.

Schrijven is vragen stellen

Feitelijk is elk verhaal een antwoord op vragen naar wie, wat, waar, wanneer, waarom en hoe. Daarbij zijn de verschillen tussen fictie (verzonnen verhalen) en journalistiek minder groot dan je zou denken. Beide genres vertellen een verhaal dat voortkomt uit nieuwsgierigheid en het stellen van vragen.

Het enige verschil is dat de journalist zijn antwoorden zoekt in de feitelijke werkelijkheid. Hij gaat naar de plaats waar de gebeurtenissen hebben plaatsgevonden en interviewt getuigen. De schrijver gaat in zijn verbeelding op zoek en ‘interviewt’ zijn eigen voorstellingsvermogen.

Stel je op als journalist

De aanleiding voor een boek is soms maar klein. Een gesprek met iemand die je door één uitspraak gaat intrigeren. Het overkwam Judith Koelemeijer toen ze Anna Boon ontmoette, de hoofdpersoon van haar tweede boek. Het was het begin van een serie lange interviews dat uitmondde in haar tweede roman.

Als schrijver ben je allereerst een vragensteller. Vragen naar het wie, wat, waar, waarom en hoe kunnen je op het spoor brengen van je verhaal. Voor een schrijver zijn vragen daarom in eerste instantie belangrijker dan antwoorden, niet weten interessanter en spannender dan weten.

Vragen wijzen de weg

Als schrijver moet je de antwoorden weten op de vragen naar het wie, wat, waar, waarom en hoe. Wie leidt je naar de hoofdpersoon, zijn vrienden en vijanden en al hun kenmerken en eigenaardigheden. Wat leidt je naar centrale gebeurtenis. Waar brengt je de plaats en de omgeving waarin je verhaal zich afspeelt. Hoe laat je de concrete manieren en dingen zien door middel waarvan het gebeurde zich ontrolt. En het waarom geeft je de diepere drijfveren voor de daden en keuzes van je hoofdpersoon. De redenen waarom je verhaal verloopt zoals het doet.

Spanning door vragen

Vragen brengen je niet alleen op het spoor van je verhaal. Ze leveren ook nog eens spanning op voor je lezer. Het begon al bij de topische vragen, maar het gaat verder. Want zodra je lezer een antwoord krijgt op een vraag moeten er alweer nieuwe vragen zijn gerezen. Net als met de damestas roept elke nieuwe ontdekking ook weer nieuwe vragen op. Je lezer slaat nog een bladzijde om en nog een en nog een. Vragen trekken hem naar de laatste bladzijde. Vragen kunnen een pageturner maken van je boek.

Goede schrijvers zijn goede waarnemers. Hoe leer je (opnieuw) waarnemen? In module 2 van de schrijfcursus ontdek je hoe je heldere en spannende beschrijvingen maakt waardoor jouw lezer blijft doorlezen. Ga voor €9,95 direct aan de slag! Klik hier voor meer informatie>>

The following two tabs change content below.

Inez Risseeuw

Ik herinner me de eerste keer dat ik echt schreef. De juf had echte inkt in de potjes in onze tafels gegoten. Uit een grote half doorzichtige fles. Het rook een beetje naar zoete medicijnen.