Wie is de verteller van jouw verhaal? - Boekschrijven.nl

Wie je verhaal vertelt, is bepalend voor wat je gaat vertellen. Kijk je door de ogen van de hoofdpersoon? Of is er een onbelangrijk bij-personage dat meer kan zien en horen dan de hoofdpersoon? Is er nog een andere verteller mogelijk, eentje die geen rol speelt in het verhaal maar die over de schouder van de hoofdpersoon mee kan kijken. Of zelfs in de hoofden en harten van de personages? En schrijf je vanuit de ik-persoon of vanuit de hij- of zij-persoon? Al die vragen hebben betrekking op het perspectief van waaruit je je verhaal vertelt.

Positie ten opzichte van de hoofdpersoon
Perspectief gaat over de positie die de verteller inneemt ten opzichte van de hoofdpersoon en zijn verhaal. Die verteller hoeft niet de hoofdpersoon te zijn. Hij hoeft zelfs geen persoon te zijn. Soms is hij een dier of een ding. Vaak ook heeft hij geen eigen gestalte, maar smelt hij samen met de hoofdpersoon en zit hij in zijn hoofd. Soms zit hij op de schouder van de hoofdpersoon en neemt hij de hoofdpersoon waar van buitenaf. Soms ook zweeft hij als een drone boven het verhaal. Hij speelt geen rol in het verhaal maar neemt alles waar wat de personages zien, horen, voelen, ruiken, proeven, denken. Soms kan hij in de toekomst kijken. En het verleden.

Ik-verteller
Afhankelijk van zijn positie ten opzichte van de hoofdpersoon en zijn verhaal heeft de verteller een andere naam. Zo heb je de ik-verteller. Hij zit in het hoofd van de hoofdpersoon, of in het hoofd van een ander personage. Als dat personage vooral als getuige in je verhaal optreedt, noem je dat de getuige-verteller. Trouwens, de moderne roman is ontstaan uit de vorm van het dagboek of de briefwisseling. In die vorm konden de personages namelijk hun ervaringen beschrijven maar er ook over filosoferen.

Personale verteller
Als je vooral in de hij- of zij-vorm schrijft en vanuit de beleving van je personage schrijft, heet dat de personale verteller. Deze verteller valt samen met de persoon van waaruit hij vertelt. Hij heeft geen eigen identiteit, geen eigen mening. Je merkt hem nauwelijks op. Zijn beleving, zijn meningen vallen samen met die van het personage van waaruit je schrijft. En dat kan vanuit de hoofdpersoon, maar ook vanuit een ander personage zijn.

Alwetende verteller
De verteller die als een drone boven het verhaal zweeft en alles weet heet de alwetende verteller. Dat lijkt een luxe positie, maar het is ook een lastige. Want een verteller die alles weet heeft snel de neiging om teveel uit te leggen. Hij kan snel belerend overkomen. Denk maar aan de oudere romans waarin de verteller het verhaal onderbreekt om de lezer toe te spreken en hem bijvoorbeeld waarschuwt voor wat nog komen gaat.

Zelfbeheersing
Met een alleswetende verteller moet je je als schrijver goed weten te beheersen want voor je het weet verklap je teveel aan je lezer en dat komt de spanning van je verhaal niet ten goede. Een verteller die (nog) niet alles weet roept sneller spanning op. Denk maar aan de thrillers waarin de rechercheur stap voor stap het mysterie ontsluiert.

Perspectief bepaalt verhaal
Zo gauw je een andere verteller kiest, verandert je verhaal. Wat zou er namelijk gebeuren als je ‘Sneeuwwitje’ zou vertellen, maar nu vanuit het gezichtspunt van de kleinste dwerg die vanaf het eerste moment een stille maar diepe liefde voor haar koestert.
Of ‘Hans en Grietje’ vanuit het standpunt van de heks, die eigenlijk een heel zielig contactgestoord mens is die geen andere manier wist om de kinderen nog wat langer bij zich te houden. Zo kun je hetzelfde verhaal op eindeloos veel verschillende manieren vertellen.

Zoek de buitenbeentjes
Elk verhaal is al eens verteld. Dus als je denkt dat je geen fantasie hebt om zelf een nieuw verhaal te bedenken, hoef je je daar in wezen niet druk over te maken. Het is eerder een kwestie van een nieuw perspectief te vinden. Van nieuwsgierigheid naar de beleving van een ander. En die ander bestaat soms gewoon in jezelf, in de rare kanten van jezelf waardoor je anders naar de wereld kijkt dan de meeste mensen om je heen. Met welke buitenbeentjes kun jij je het best identificeren?

Je verplaatsen in een ander
Met het zoeken naar een nieuw perspectief oefen je een belangrijk menselijk vermogen; namelijk het vermogen om je in een ander te verplaatsen. Want hoe zou het zijn om als kind van vluchtelingen op een nieuwe school te komen? Of hoe zou het zijn om geen huis te hebben? Autistisch te zijn? Kleurenblind? Anders dan de anderen?
Zoek je verbondenheid met anderen. Ga daarbij uit van eigen ervaringen die de diepste indruk op je hebben gemaakt. Het is het uitgangspunt voor een goed verhaal en het vergroot je begrip van anderen. In deze tijd kunnen we dat best gebruiken.

 

The following two tabs change content below.

Inez Risseeuw

Ik herinner me de eerste keer dat ik echt schreef. De juf had echte inkt in de potjes in onze tafels gegoten. Uit een grote half doorzichtige fles. Het rook een beetje naar zoete medicijnen.