Schrijfoefening om uitstelgedrag te stoppen

Jarenlang nam ik het me steeds weer voor: Vandaag ga ik schrijven. Of; aanstaande vrijdag ga ik het echt doen. Of; vanaf 1 januari ga ik elke week schrijven aan mijn roman. Ik stelde vaste schrijfdagen in. Zette ze in mijn agenda. Ik legde de schriften en pennen alvast klaar, keurig naast elkaar op mijn tafel.

Maar op het moment dat ik me achter mijn schrijftafel wilde zetten, kwam er meestal iets tussen. Een telefoontje van een vriendin in huwelijkscrisis. E-mail die dringend op antwoord wachtte. Oh ja, en ook nog mijn tafel die te vol lag om te kunnen schrijven.

Daarna had ik meestal geen ruimte meer in mijn hoofd voor mijn roman.

Tijdgebrek als hindernis

Om te kunnen verdwalen in mijn roman, heb ik een zee van tijd nodig, het vooruitzicht op een eindeloze ongestoorde periode. Want voor dwaaltochten moet ik elke planning kunnen laten varen. Ook die van tijd. Dat dacht ik.

Perfectionisme als hindernis

Het andere obstakel was dat ik in die schrijftijd ook meteen fantastisch moest produceren van mezelf. Het was kostbare tijd en die mocht ik niet verspillen met zomaar wat geklieder.

Het gevolg was dat elke zin die ik onder druk stond. Het moest meteen prachtig zijn. En prachtig dat hield heel veel dingen in. Ik moest mooi opgebouwde zinnen schrijven, precies de juiste woorden kiezen en daarnaast natuurlijk iets zinvols te melden hebben. Zo dacht ik.

En dat allemaal in een dagdeel. Ga er maar aan staan. Geen wonder dat me bij voorbaat al de moed in de schoenen zonk.

Ochtendpagina’s schrijven

Om al die obstakels uit de weg te ruimen heb ik de allerbeste schrijfoefening gevonden. Hij staat in het boek The Artist Way van Julia Cameron en hij gaat zo:

Elke ochtend, voor je aan je dagelijkse beslommeringen begint, schrijf je drie pagina’s vol met alles wat er in je hoofd op wil komen. Je schrijft met de hand in een speciaal daarvoor bestemd schrift. Daarbij geef je jezelf de ruimte om slordig te schrijven, niet te letten op grammatica, spelling of zinsbouw.

Je mag overal over schrijven. Dus ook aan je roman. Maar je probeert wel om je pen zoveel mogelijk in beweging te houden. Als je niets meer weet te schrijven, dan schrijf je daarover. Tijdens het schrijven mag je niet teruglezen. Verder mag alles. Als je maar doorschrijft.

Ruimte om rotzooi te schrijven

Ik kocht een groot schrift. Ik zocht een lekkere vulpen uit en ik begon te schrijven. Ik moest vooral leren om mezelf weer toe te staan om te kliederen. Precies zoals ik in het begin deed, toen ik nog geen schrijfpretenties had.

Bijna elke dag, een uur schrijven. Meteen na het douchen en aankleden. Voor ik mijn e-mail beantwoordde. Voor ik at of de afwas deed. Of aan het werk ging. Soms begon ik met tegenzin. Maar steeds vergat ik mezelf in het proces.

Ruimte om tijd te verliezen

In ontdek steeds weer dat ik hooguit 2 uur nodig heb om lekker te kunnen schrijven. Dat ik heel wat af kan dwalen in die 3 bladzijden. En ook merk ik dat er na drie kwartier vaak een dood moment komt. Ik weet dan even niets meer te schrijven. Als ik die twijfel dan gewoon maar opschrijf, dan kom ik weer een laagje dieper. En ontstaat dan een nieuwe gedachtestroom.

Effectiever schrijven

Ik hoor nog steeds alle commentaren in mijn hoofd over hoe zinloos en waardeloos het wel is wat ik deed. Maar als ik na een tijd mijn ‘ochtendpagina’s’ teruglees, zie ik dat ik af en toe verrassende zijsporen ben ingeslagen.

Naast mijn ‘ochtendpagina’s’ kan ik alles doen wat ik anders ook doe en veel effectiever. Alsof mijn hoofd ook meteen is opgeruimd.

The following two tabs change content below.

Inez Risseeuw

Ik herinner me de eerste keer dat ik echt schreef. De juf had echte inkt in de potjes in onze tafels gegoten. Uit een grote half doorzichtige fles. Het rook een beetje naar zoete medicijnen.