Hoe schrijf ik een boek?

Ik ben altijd prima in staat geweest voor de vuist weg te schrijven.

Van de ene zin kwam de andere en al gauw had ik bladzijden vol gepend.

Tot het moment dat ik structuur in mijn verhaal probeerde te krijgen. Ik zette de ene verhaallijn na de andere uit, compleet met allerhande gecompliceerde karakters en conflicten.

Maar als ik dan probeerde om de scènes te gaan schrijven, streepte ik de woorden sneller weg dan ze tevoorschijn kwamen.

Mijn schema leek meer op een invuloefening en ik verloor elke inspiratie. Er leek een onoverbrugbare kloof te bestaan tussen mijn planmatig denken en mijn verbeelding.

1: Schrijven is een proces

Stel je een tweeling, dezelfde oogopslag, dezelfde gebaren. Je houdt ze nauwelijks uit elkaar. Ze spelen samen met de blokkendoos. In aanpak zijn ze echter volkomen tegengesteld aan elkaar.

De intuïtieve broer begint meteen zijn blokken te stapelen. Een methode is ver te zoeken. Zijn bouwsel ziet er nogal grillig uit. De blokken liggen schots en scheef. Hier en daar zijn gaten ontstaan die ramen of schietgaten zouden kunnen zijn.

De planmatige broer kijkt een poosje kritisch toe. Af en toe legt hij een steen recht. Tot hij het niet langer aan kan zien en zich er mee gaat bemoeien.

Elke steen die zijn broer neerlegt haalt hij weer weg. Er wordt geduwd. Er vallen klappen en al gauw ligt het bouwsel weer in losse blokken over de vloer verspreid. Beide broers zitten in een hoek te mokken.

Iets dergelijks gebeurt er als je hersenhelften overhoop liggen met elkaar.

2: Schrijven is helderheid zoeken

Er zijn veel redenen te bedenken waardoor je schrijfproces stagneert.

Maar veel schrijversblok, angst voor de witte pagina of twijfel aan jezelf als schrijver wordt veroorzaakt door een onduidelijke taakverdeling tussen linker en rechter hersenhelft.

Want het schrijven van een omvangrijk project als je eigen boek, is een kwestie van nauwe samenwerking tussen twee heel verschillende kanten van jezelf.

Uiterlijk lijken ze misschien wel op elkaar. Ze zitten allebei met een pen in hun hand voor zich uit te staren, maar van binnen zijn ze elkaars tegenpool.

De rechter hersenhelft springt van de hak op de tak, werkt associatief en komt met de mooie wilde ideeën.

De linker is methodisch en rechtlijnig en in staat dingen te ordenen en samen te voegen tot een evenwichtig geheel. Elk is specialist in wat hij doet. Elk moeten ze de ruimte krijgen om op het juiste moment werk te doen.

3: Schrijven is taken kiezen

Ga bij jezelf na; voor welke taak is het tijd?

Moet je eerst een hoop ruwe tekst gaan produceren om erachter te komen wat er allemaal speelt in je verhaal? Of is het tijd om een aantal dingen op een rij te zetten en een eerste lijn op te zetten.

Met andere woorden; is het tijd om na te denken of moet je wild galopperen: met je pen in je hand je eerste materiaal opdiepen? Is het tijd voor je linker- of voor rechter hersenhelft?

Laat je rechter hersenhelft doen wat hij het beste kan, ongebreideld ideeën spuien, associëren en van de hak op de tak springen. Dus laat hem naar hartenlust schrijven, zonder inmenging van je linker hersenhelft. Zonder zorg om nut of doel. Hoe wilder hoe beter.

Linkerbroer mag doorgaan met mopperen, maar in zijn eigen hoek. Zonder zich verder te bemoeien met wat rechterbroer schrijft. Tot rechterbroer helemaal is uitgeraasd.

Pas als zijn werk een poosje heeft mogen liggen, mag linkerbroer er iets over zeggen, en dan liefst niet meteen over elk detail, maar eerst over de grote lijn.

  • Welke elementen uit je tekst zijn bruikbaar voor je verhaal?
  • Kan hij de belangrijkste lijn ontdekken?
  • Welke ideeën zijn het meest geschikt?
  • Wie is de hoofdpersoon?
  • Wie zou dit verhaal moeten vertellen? (Perspectief)
  • Van welk moment tot welk moment strekt het verhaal zich uit? (Vertelde tijd) Etc.
  • Linkerbroer heeft tot taak het eerste lijnen uit te zetten.

Schrijfoefening

Voor rechterhersenhelft:

Schrijf 20 minuten voor de vuist weg, alles wat er in je op komt. Daarbij onderdruk je elke neiging om iets door te strepen of je tekst terug te lezen. Volg die onzinnige gedachte of rare formulering die je anders zou verwerpen.

Schrijf dat woord op dat volgens jou niet bestaat. Maak die kromme zin toch maar af. Houd je pen in beweging. Als je echt niet verder kunt met een zin dan begin je gewoon middenin aan een nieuwe gedachte. Laat je tekst een poosje liggen.

Voor linkerhersenhelft:

Lees je tekst door. Onderstreep de zinnen of ideeën die bruikbaar zijn voor een verhaal. Maak evt. een mindmap rondom je zinnen. Voeg daar zinnen of woorden aan toe die erbij horen. Bedenk een hoofdpersoon, een plaats en een verhaallijn rondom je zinnen.

The following two tabs change content below.

Inez Risseeuw

Ik herinner me de eerste keer dat ik echt schreef. De juf had echte inkt in de potjes in onze tafels gegoten. Uit een grote half doorzichtige fles. Het rook een beetje naar zoete medicijnen.