Je hoeft geen bekende schrijver te zijn om te mogen schrijven

Soms droom ik ervan: Mijn boeken in grote stapels bij de boekhandel. Mensen in de trein verdiept in mijn boek. Ik treed op bij DWDD en bij Pauw en Witteman. Want mijn boek heeft alle tongen losgemaakt.

In mijn uitgeef-contract staat dat ik me ter beschikking stel voor elke PR gelegenheid. Tijdens de opname lanceer ik wat  meningen en vanwege de kijkcijfers plaats ik nog een markante opmerking of twee. Ik ben een succes.

Mensen die ik nooit zal ontmoeten vormen een mening over mij. Na nog een paar optredens ga ik zelf geloven dat heel Nederland om mijn mening wacht omtrent globalisering of het asielzoekersbeleid. Ik schaar me aan de, van mij als kunstenaar verwachte, hippe progressieve kant. Natuurlijk roer ik mijn mond als het gaat over bezuinigingen op cultuur.

Het circus van bekendheid

Voor ik het weet ben ik getypecast in de media en verkondig ik braaf in elk programma wat men van mij verwacht.

Ik word een cliché van mezelf. Die schrijver met die markante mening over kunst en identiteit. Of die schrijfster die ondanks haar gestotter soms best wel spitse dingen zegt.

Wie mijn vrienden zijn wordt voortaan in de publieke arena voor me bepaald en ook wie mijn vijanden zijn. Ik moet naar debatten en mijn agenda slibt dicht met media optredens. Van die stille uren aan mijn bureau blijft steeds minder over.

Stilaan ga ik me afvragen waarom ik die publiekslieveling ben. Om mijn gevatte meningen? Om mijn ontwapenende schaterlach? Omdat ik een populair tegenwicht biedt tegen een of andere politieke tendens? Omdat mijn boek spraakmakend is? Of omdat ik in mijn roman toch echt iets wezenlijks van het leven, heel rakelings heb weten treffen.

Elke schrijver klust bij

Het zou een verademing zijn om te kunnen leven van mijn werk. Een huis te kopen met een stukje grond en uitzicht over velden. Mijn hoofd hoog te kunnen houden tijdens gesprekken over pensioenopbouw en renteaftrek. Eindelijk ben ik iemand. Met een huis en een hypotheek en met een bordje op mijn deur met mijn beroep; schrijver.

Maar dan ga ik ervan uit dat bekendheid ook financieel succes inhoudt.

Ik weet nog dat Franz Pointl bij Adriaan van Dis verscheen. Zijn verhalenbundel ´De kip die over de soep vloog´ werd een bescheiden bestseller. Jaren later las ik ergens dat zijn geld weer op was en dat hij, net als daarvoor, weer uitzendwerk verrichtte.

Mijn leraar Nederlands zei het al destijds: Alleen Jacques Hamelink kan leven van zijn schrijven.

Wie heeft er nu nog van Jacques Hamelink gehoord (spiek hier)?

Bekendheid biedt geen garanties

Als ‘een bekend schrijver zijn’ dus geen garanties biedt. Niet voor een redelijk inkomen. En ook niet dat mijn boeken over twintig jaar nog gelezen worden. Als het bovendien betekent dat ik een stuk van mijn tijd en mijn persoonlijkheid in moet leveren.

Wil ik dan nog wel een bekend schrijver zijn?

Als schrijver gedij ik nu eenmaal beter met uitzicht op mijn ongesnoeide heg en met mijn boekenkast in de rug. Want schrijven is voor mij iets dat plaatsvindt in afzondering en heimelijkheid. Bekendheid is daar lastig mee te rijmen.

Maar toch. Als ik, met mijn romans, die voor mij, ondanks alle twijfel en gezwoeg, nog steeds ruim de moeite waard zijn, ooit een bestseller produceer en daardoor een geziene gast word in de media. Als dat bovendien niet teveel opslokt van mijn kostbare schrijverstijd en als ik niet te zeer ga geloven in mijn eigen ´public personality´.

Ja dan wil ik wel een bekend schrijver zijn.

The following two tabs change content below.

Inez Risseeuw

Ik herinner me de eerste keer dat ik echt schreef. De juf had echte inkt in de potjes in onze tafels gegoten. Uit een grote half doorzichtige fles. Het rook een beetje naar zoete medicijnen.