De wereld lezen - Boekschrijven.nl

Ik lig op het strand. Er is weinig branding en de zon schijnt fel. Hoogzomer op Terschelling. Maar ik ben in Japan, met Murakami en ik ren rondjes met hem door New York.

Is dat niet idioot? Om te gaan lezen op de meest mooie plekken? Kan ik niet beter mijn boek wegleggen en een duikje nemen in de zee?

Die vraag hield me bezig deze zomer: Haalt het lezen van een boek me niet uit het huidige moment? En ook de vraag: kan ik niet beter gaan schrijven in plaats van lezen?

Maar op het strand leerde ik dat lezen mij helpt om echt aanwezig te zijn. En dat ik daardoor weer beter ga schrijven.

Lezen helpt je om aanwezig te zijn
Ergens echt aanwezig zijn, is lastig. Dan kijk ik op het strand naar de horizon terwijl ik ondertussen nadenk over mijn werk of over dat wat ik wil eten vanavond. Dat kan een bepaalde onrust geven – ergens zijn en toch ook weer niet. Af en toe verzucht ik dan wel: mooi hè. En goh, wat een lekker weertje. Maar ik voel de plek niet echt. Ik ben nog steeds een soort toeschouwer die naar haar eigen zomervakantie kijkt.

Maar als ik lees, dan gebeurt er iets anders. Ook al zit ik in een hele andere wereld, ik kom wel tot rust. Ik kan met niemand in gesprek gaan en mijn geest is gefocust. Ik denk even niet aan het avondeten of aan hoe mijn vakantie er eigenlijk uit zou moeten zien. Ik heb vakantie van mijn eigen hoofd, omdat ik in het hoofd van een ander ga. Ik stap uit mijn eigen verhaal, omdat ik een ander verhaal leef.

Na een uur lezen op het strand, kijk ik op. En opeens rollen de golven echt naar binnen. Waait de wind door mijn huid heen. Land ik zacht en echt in het warme zand. Alsof de buitenwereld, terwijl ik aan het lezen was, veel helderder en echter is geworden.

Lezen maakt ontspannen en ontvankelijk
Ik leg mijn boek neer en haal diep adem. Ik voel een rust die ik eerst niet voelde. Ik sluit mijn ogen. Ben half in mijn boek, half op het strand. Ik kijk door een kier van mijn ogen en zie dat de wolken op zeehonden lijken. Ik kijk weer naar de zee. En zie mezelf als klein meisje zandkastelen bouwen. En dan opeens, krijg ik een idee voor mijn boek. Ja, zo ga ik het aanpakken. Ik krabbel het in een notitieschriftje. En pak mijn boek weer op.

Lezen brengt mij in een ontspannen en creatieve gemoedstoestand. Lezen brengt me op een andere bewustzijnslaag, zo kan je het ook zeggen. Een meer associatief en ontvankelijk deel van mezelf.

Ik stel me namelijk open voor het boek, ik wil graag geraakt worden. Dat is vaak een heel andere houding dan die we naar de buitenwereld toe hebben. Op onze hoede, klaar om ons zelf te verdedigen, bezig de boel onder controle te houden. Maar als we lezen kunnen we dat loslaten, laten we ons meedrijven met het verhaal. Dat is veilig.

En als je dan opkijkt, kan je je zomaar openen naar de wereld, zoals je je opent naar een boek. En dan zie en hoor je andere dingen dan normaal.

Schrijven is ontvangen
Die onbevangen ontvankelijkheid die tijdens het lezen ontstaat, helpt bij het schrijven. Want schrijven is ook ontvangen. En aanwezig zijn. Een verhaal kan je tegemoet komen als je er voor open staat. Als ik schrijf, zie en hoor ik meer dan wanneer ik gewoon op een terras zit.

Door te schrijven stap je uit de afstandelijke toeschouwerrol en word je meer deel van de wereld. Dan kan je, net zoals je opgaat in een boek, helemaal opgaan in het huidige moment.

Dan voelt het alsof de wereld een boek IS. En ik kan haar lezen en ik kan meeschrijven.

Luisteren naar het verhaal van de wereld
Dus soms lijkt het alsof je er niet helemaal bent als je leest of schrijft, maar eigenlijk ben je er meer dan op ieder ander moment. Alles krijgt meer betekenis. Door te lezen en te schrijven, zien we niet alleen de fragmenten, maar horen we het verhaal dat de wereld ons vertelt.

Dus – als je even vast zit met schrijven – ga eens naar een mooie plek, sla een goed boek open – laat je meevoeren door het verhaal – en je raken door de wereld. Pak daarna de pen op en kijk wat er gebeurt.

.

The following two tabs change content below.

Nanda Huneman

Als tiener had ik de vaste overtuiging dat schrijven zweverig was. En ik was al zo’n dromer! Mijn moeder noemde me een ‘luchtfietser’. Daarom leek het mij niet slim om mijn leven aan schrijven te wijden.